Eind juni 1983 behaalde ik mijn diploma van onderwijzer. Vier maanden later stond ik na een passage in het ‘Klein Kasteeltje’ met gemengde gevoelens voor de poort van kazerne Blairon in Turnhout. De spreuk boven de ingangspoort (‘Hier temt men leeuwen’) staat in mijn geheugen gegrift.
De opleiding tot KROO (kandidaat-reserve-onder-officier) was redelijk streng, maar duurde nauwelijks 2 maanden. De strikte dagdagelijkse discipline, de theoretische lessen, de vele sportactiviteiten en de tactische oefeningen op de Tielerheide, het terrein van het 3de bataljon parachutisten, vormden voor mij geen onoverkomelijk probleem, gezien ik over een tamelijk goed uithoudingsvermogen beschikte en mijn fysieke conditie best ok was. Wie een beetje kon hardlopen, had altijd een voetje voor in het leger. Dat ik bij de scouts kaart en kompas had leren lezen, speelde eveneens in mijn voordeel. Voor het eerst een Wapen (Fal FN Fal) met scherp op een roos schieten deed wel iets met mij omdat ik begreep dat ik een moordwapen in mijn handen had. En dat terwijl ik geen vlieg kon kwaad doen. Hoewel de perceptie in die tijd anders was, kon je in de refter van de kazerne in Turnhout lekker eten. Op vrijdag friet met mosselen à volonté! Tijdens de weekends mochten we (soms) naar huis.
Legerdienst was in 1983 nog verplicht. Ik koos er niet voor, maar als het dan toch moest wilde ik er ook iets van maken. Vandaar mijn keuze voor de opleiding tot KROO en het volbrengen van mijn legerdienst in Duitsland. Die zou maar in totaal maar 8 maanden duren, terwijl de legerdienst op Belgisch grondgebied destijds 10 maanden was. Een bewuste en opportunistische keuze voor de BSD (Belgische Strijdkrachten in Duitsland) dus. Midden december van dat jaar volgden de manoeuvres op het militair domein in Leopoldsburg. Nachtelijke droppings, oriëntatie- en tactische oefeningen maakten deel uit van de eindproeven van de opleiding.
Eénmaal terug in de kazerne in Turnhout werden de uitslagen bekend gemaakt. Wie de hoogste score behaalde, mocht als eerste een kazerne in Duitsland uitkiezen. De strevers kozen steevast voor Aken (Aachen) en omgeving, want dichtbij huis! Zoals wel vaker eindigde ik in de middenmoot en op het ogenblik dat ik mocht kiezen, waren alle beschikbare plaatsen niet te ver in Duitsland reeds ingenomen. Willekeurig koos ik voor de 4de Cie Mat(erieel) in Werl in Noordrijn-Westfalen, nabij de garnizoenstad Soest. Geen flauw idee welke taak daar op mij wachtte.
Vooraleer naar Duitsland te verkassen, kregen alle geslaagde miliciens een week verlof om Kerstmis te vieren. Op 2 januari 1984 verzamelden alle dienstplichtigen in de vroege ochtend, rillend van de kou en gepakt en gezakt in de tochtige tunnel onder het station van Brussel-Zuid om er de DVT (Duitse Verlofgangers Trein) naar Duitsland te nemen. Van die reis zelf herinner ik me niet veel meer, enkel het feit dat we in de vooravond Werl bereikten terwijl het sneeuwde en het er ijskoud was. De meeste miliciens werden door vertegenwoordigers van hun compagnie opgehaald, maar van de 4de Cie Mat was er niemand te bespeuren. Een lotgenoot en ik bleven verweesd op het perron achter. Gelukkig mochten we van een begripsvolle beroepsmilitair met een andere companie mee naar kwartier Houthulst. Daar bleek niemand op 2 korporaals (door te slagen in onze opleiding hadden we een tweede streepje verdiend) voor 4de Cie Mat te zitten wachten. Na verloop van tijd kwam er uiteindelijk iemand schoorvoetend aan, die ons onze kamer toewees. Van een hartelijke ontvangst was er bijgevolg geen sprake.
Over de eerste 2 maanden in Werl kan ik kort zijn. Als korporaal werd je niet altijd even vriendelijk en rechtvaardig behandeld door de onderofficieren en officieren. Elke ochtend appèl, drilloefeningen, eten uit blikken bakjes in de refter, zinloze en licht toegekende straffen. Het Belgisch leger had het goed bekeken, want in kwartier Houthulst was er een soort snackbar waar je frieten met spiegeleitjes kon kopen. Een goudmijntje, als je het mij vraagt.
Als ik op dat ogenblik mijn rijbewijs had gehad, zou ik chauffeur zijn geworden van de commandant. Maar dat was helaas niet het geval. Er was een tijd waarin je in het leger je rijbewijs kon halen, maar in 1984 was dat niet meer zo. Pech voor mij. Ik werd naar de overkant van het paradeplein van kwartier Laarne gestuurd. Daar stonden in een grote hangar bevoorradingsvrachtwagens in rijen opgesteld. Ik kreeg de vrachtwagen met verbruiksmaterialen onder mijn hoede. Ik werd graag gezien door de beroepsmilitairen, die bijvoorbeeld voor thuis een verfborstel etc. nodig hadden…
Nauwelijks na een paar weken in Werl werden mijn maat en ik voor een opleiding met betrekking tot de bevoorrading van het Belgisch leger in Duitsland naar Aachen Brand gestuurd. Kwam ik uiteindelijk toch dicht bij België terecht! Daar ontmoette ik een medestudent aan de Normaalschool van Maasmechelen, die erin was geslaagd (dankzij een lange arm wat in die tijd schering en inslag was ) zijn legerdienst in Aken te volbrengen, als onderwijzer in een school met kinderen van beroepsmilitairen. Doordat hij elke weekend naar huis mocht, kon ik met hem naar Limburg meerijden, al moest ik daarvoor soms de muur doen, maar niemand die daarom maalde.
Na de zes weken opleiding keerden mijn maat en ik naar Werl terug. In maart werden we sergeant en bijgevolg onderofficier. De sfeer veranderde meteen. Beroeps (onder-)officieren werden vriendelijker, geen ochtendappèls meer, eten in de mess (onder-)officieren, gratis broodjes tijdens de koffiepauze in de kantine en spotgoedkope drank. Dat ieder milicien je voortaan moest salueren, vond ik tè gek.
Maar met die nieuwe graad kwamen ook nieuwe verantwoordelijkheden : lesgeven aan miliciens. Zo herinner ik me een les over het uit mekaar halen en weer in mekaar steken van een licht machinegeweer (Vigneron 9mm). Bovendien lieten de beroeps onderofficieren de drilloefeningen op het paradeplein aan het begin van elke werkdag liever aan de KROO’s over. Soms moest ik een lid van het burgerpersoneel vervangen, bij wie de bestellingen voor de verschillende omliggende compagnieën binnenkwamen, maar meestal vond je me op mijn vrachtwagen met verbruiksmaterialen terug.
Omdat ik een redelijk goede conditie had en vrij goed was in hardlopen, werd ik door de compagniecommandant uitgekozen om in de maand mei van dat jaar (1984) deel uit te maken van de ploeg van de 4de Cie Mat die aan de jaarlijkse compagniecross in Eupen deelnam. Het betrof een marathon, die in estaffetevorm werd afgelegd door miliciens, onderofficieren en officieren van eenzelfde compagnie tegen de andere compagnieën van België en die van de Belgische strijdkrachten in Duitsland. Niet dat we die cross wonnen, verre van, maar we haalden het wel van de 109de Cie Rav, die ook in Werl gevestigd was. En dat was al jaren niet meer gebeurd! Als voorbereiding op die compagniecross in Eupen kreeg ik van de officieren de toestemming om mijn werkdag 1 uur eerder te beëindigen om te gaan sporten. (Niet dat ik dag elke dag deed, soms ging ik gewoon op mijn bed liggen niksen.) Op het einde van elke werkweek werd er een compagniecross gehouden, in militair uniform en met een rugzak beladen. Niet voor mij, want ik kreeg het voorrecht om in sportkledij te lopen gezien mijn geplande deelname aan de cross in Eupen. Leverde meer dan een tandengeknars en boze blikken van mijn medesoldaten op.
Ondertussen had ik kennisgemaakt met een aantal beroepsmilitairen uit mijn regio en dat hielp mij thuisvoelen in Werl, toch ongeveer 220km ver van België. Ik voerde een uitgebreide briefwisseling met vrienden-miliciens, bekenden en familie. Met toestemming van mijn oversten kreeg ik in de weekends vrijaf omdat ik met een beroepsmilitair naar huis kon rijden. Dan was ik de volledige werkweek beschikbaar in Werl en moest ik niet met de DVT op verlof. Die trein reed op weekdagen en daardoor zou ik redelijk wat werkdagen afwezig zijn. Maar door manoeuvres en sommige weekends waarop ik wachtdienst had, kon ik niet naar huis, waardoor ik verlofdagen kon opsparen. Als gevolg daarvan zat ik tijdens de laatste maand van mijn legerdienst (juni 1984) vaker thuis dan in het leger.
Maar voor mijn afzwaaien maakte ik nog enkele uitgebreide manoeuvres mee. Dan reden de vrachtwagens uit en werd er oorlogje gespeeld. Was niet aan mij besteed. Ik sloot me met de Humo in mijn vrachtwagen op en kwam na de oorlog weer tevoorschijn. Met kaart en kompas moesten we de dan weg naar de kazerne zoeken. Dat was meer mijn ding en het ging bijgevolg snel, want wie daar aankwam mocht meteen naar huis. Een beroepsonderofficier kon het staptempo van het jonge geweld niet volgen. Toen een officier met jeep kwam polsen of alles ok was, heb ik hem gevraagd om die lastige onderofficier mee te nemen, wat ook gebeurde. Het moet gezegd dat niet alle beroepsmilitairen in die tijd even fit waren. Het gebruik en misbruik van goedkope alcohol speelde daarbij een niet te verwaarlozen rol. Op een gegeven ogenblik maakten we nog een uitstap naar het IJzeren gordijn nabij de Oost-Duitse grens. Dat maakte een diepe indruk op mij. Vergeet niet dat we ons anno 1984 nog volop in de Koude Oorlog bevonden.
Het werd lente en in mei vond naast de de compagniecross in Eupen ook de opendeurdag van de 4de Cie Mat plaats. Omdat ik eind juni zou afzwaaien, maakte ik een fotoreportage met een fototoestel dat ik BTW-vrij kocht. Ook dat was een voordeel om soldaat in Duitsland te zijn. Veel van mijn elpees stammen uit mijn legertijd. Eind juni 1984 zwaaide ik af met een obligate afzwaai-ton in mijn thuisbasis in Limburg.
Mijn legerdienst zat erop. In 1984 zag ik echt op tegen die legerdienst, waardoor ik pas een jaar later werk kon zoeken dan mijn collega’s, die geen legerdienst moesten doen. Het leger maakte van mij niet persé een man, zoals het cliché luidt, maar ik leerde er absoluut mijn plan trekken. En het is pas véél later, na mijn pensionering dat het besef groeide, dat die legerdienst toch niet zo slecht en een uniek belevenis was, al zullen de meningen daarover niet eensluidend zijn.
In coronatijd stofte ik mijn uitgebreide collectie dia’s af, die ik nu ik op pensioen ben, probeer te digitaliseren. Mocht ik daarin slagen, deel ik ze binnenkort op deze website.
Guido Kerckhoven